Smadelijke belediging?

Update: do 13/1/2022 - 12:47

Burgerheid.nl
Waargebeurd

image_pdfimage_print

Van een bovengemiddeld meedenkende burger zijn aangebrachte ideeën en aanbevelingen ten gunste van de lokale samenleving door haar gemeente niet onopgemerkt gebleven. Helaas is er door zowel bestuurders (wethouders en dergelijke) als ambtenaren bepaald dat men er (vooralsnog) geen gebruik van wenst te maken.

Voorts is er door de jaren heen een situatie ontstaan waarin de burger zich in haar persoonlijk belang door de gemeente tekortgedaan ziet. Dat heeft geleid tot bezwaar- en beroepsprocedures. Of dit iets te maken heeft met haar aanhoudende streven om de gemeente van dienst te zijn, laten we even buiten dit verhaal.

Ongewenst gedrag

In plaats van de confrontatie aan te gaan met de ontstane situatie, is de gemeente zich stelselmatig en langdurig druk gaan maken over het gedrag van de burger. De gemeente is het gedrag steeds meer als ongewenst gaan ervaren. Let wel, dit is beleving (indruk, mening en/of conclusie) en duidt er niet noodzakelijkerwijs op dat de burger zich ontoelaatbaar gedraagt.

Aanval bij de rechtbank

Bij zaken die het in beroepen bij de rechtbank hebben gehaald, voelt de burger zich door de vertegenwoordiger van het college aangevallen. Naar haar oordeel worden er door de gemeente onjuistheden over haar en haar zaak verkondigd bij de rechter. De burger verdedigt zich hier tegen.

Gestelde vragen met een conclusie

Naar aanleiding van de voornoemde aanval stuitte de burger bij eigen onderzoek op punten op het vlak van procedures en protocollen bij de gemeente (in het bijzonder over gemandateerd handelen waaronder ondertekening). Ze stelde daar schriftelijke vragen over waarbij ze - vooruitlopend op de antwoorden op basis van haar eerdere waarnemingen en vergelijk daarvan met de formele lokale regelgeving - enkele conclusies trekt.

Wij accepteren uw gedrag niet!

De gemeente laat in brieven aan de burger weten dat haar gedrag ongewenst is en niet wordt geaccepteerd. De burger zou met haar reactie op de - in haar ogen - verkondigde onjuistheden bij de beroepsprocedure de vertegenwoordiger van het college in diskrediet hebben gebracht bij de rechtbank. De gemeente hanteert de zware kwalificatie 'smadelijke belediging' en dreigt zelfs met aangifte als de burger in herhaling treedt.

In een reactie op de later gestelde schriftelijke vragen beantwoordt de gemeente summier (onvolledig), maar legt vooral de nadruk op de conclusies van de burger. Die schaart de gemeente ook onder de noemer onacceptabel gedrag waarbij de kwalificatie 'smadelijke belediging' weer wordt genoemd. Doordat brieven elkaar hebben gekruist, schrijft ze dat ze de eerdere dreiging van stappen tegen de burger nog niet tot uitvoering zal brengen.

De burger schrijft in een brief aan de gemeente dat zij de bejegening van de gemeente onacceptabel vindt en stelt het bestuursorgaan in de gelegenheid de dreigende brieven in te trekken. De gemeente reageert vervolgens dat zij daar geen aanleiding voor ziet.

Melding in het GIR

Gemeenten spannen zich steeds meer in om op professionele manier om te gaan met het gedrag van hun inwoners. Wanneer er sprake is (of misschien sprake is) van ongewenst gedrag dat zich beweegt in de richting van agressie of zelfs geweld, is het steeds vaker de praktijk dat er een melding van wordt aangemaakt in een systeem. Dat heet 'Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem' (GIR) en is door gemeenten gezamenlijk ontwikkeld.

Dat is ook gebeurd in het geval van de burger van dit voorbeeld.

Hou ermee op!

De boodschap van de gemeente naar de burger in de brieven is vrij vertaald:

Hou ermee op en als u dat niet doet, ondernemen we stappen, zoals het doen van aangifte. Ondertussen hebben we u in ons Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR) geplaatst.

Buitenproportioneel

Het handelen van de gemeente komt zeer intimiderend op de burger over en bezorgt haar een indringend gevoel van onrecht. In haar ogen verdedigde ze zich terecht tegen een aanval die op haar werd gedaan bij de rechtbank en stelde ze correcte vragen in algemene zin over de procedures en protocollen bij haar gemeente.

De burger dient een bejegeningsklacht in bij de gemeente, maar die wordt ongegrond verklaard. Vervolgens doet de burger een beroep op de ombudsmanfunctie (in dit geval een ombudscommissie). Deze laat haar volledig in de steek door de klacht helemaal niet in behandeling te nemen en geeft daarbij naar het oordeel van de burger volslagen ongeldige argumenten.

Niemand ziet dat het handelen van de gemeente in deze kwestie buitenproportioneel is, behalve de burger zelf!

Strohalm: privacyrechten uitoefenen

Vervolgens grijpt de burger naar de strohalm van het uitoefenen van privacyrechten op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Ze vraagt om inzage in haar persoonsgegevens die in het systeem GIR zijn opgenomen.

Helaas blijkt hier ook hoe goed de voegen van de gemeentelijke burcht dicht zijn gesmeerd en de deuren zijn gebarricadeerd. De inzage wordt de burger geweigerd. Als afwijzingsgrond wordt gegeven dat de rechten en vrijheden van de melder (de functionaris bij de gemeente) moeten worden beschermd. Daarnaast wordt een extra - volstrekt niet relevante - afwijzingsgrond aangevoerd, namelijk dat de vertrouwelijkheid van het systeem GIR niet in gevaar mag komen.

De burger gaat in bezwaar, maar helaas volgt de (zogenaamd) onafhankelijke bezwarencommissie (zoals ook al bij andere procedures) exact het college van de gemeente en adviseert het besluit met de afwijzing in stand te houden.

Vervolgens is de burger in beroep gegaan bij de rechtbank tegen de beslissing op het bezwaar.

Hier eindigt voorlopig het verhaal. Het beroep loopt nog.

Oplossingsrichting

Hoe komen de burger en de gemeente hier nou samen uit? Is dat wel mogelijk?

Nu er een beroep loopt bij de rechtbank, lijkt het er in eerste instantie op dat de partijen verdeeld blijven en er niet samen uit gaan komen. Of de bestuursrechter het tij kan keren, is ook maar zeer de vraag. Die zal naar alle waarschijnlijkheid en zoals helaas gebruikelijk is de gemeente in bescherming nemen.  Dan zal er in hoger beroep verder moeten worden gestreden.

Maar het kan anders: alsnog de menselijke maat toepassen en kiezen voor een maatwerkbenadering.

Bij de gemeente zou een functionaris moeten opstaan met voldoende mandaat om zich goed in de kwestie vast te bijten, ongeacht de inmiddels hoogopgelopen juridische status ervan. De volgende vragen moeten in elk geval worden gesteld:

  1. Wat is er precies gebeurd aan de zijde van de burger?
    Wat heeft de burger nou echt verkeerd gedaan waardoor de handelswijze van de gemeente te rechtvaardigen is?
  2. Wat is de beleving van de melder (de betrokken melder)?
    Is er alleen maar sprake van een beleving of zijn er concrete feiten?
  3. Is de reactie van de gemeente proportioneel?
    Staat het handelen van de gemeente sowieso in verhouding tot het vermeende ontoelaatbare gedrag?
  4. Is de gemeente de primair voorgeschreven weg van de-escalatie ingeslagen?
    Dit moet blijken uit feiten en argumenten.
  5. Is er sprake van eerlijk spel?
    Gebruikt de gemeente haar bevoegdheid in deze kwestie waarvoor haar die is gegeven? Gaat het inderdaad om niet toelaatbaar gedrag?
  6. Is er gemeentelijk beleid zoals een agressieprotocol?
    Handelt de gemeente naar staand beleid?
  7. Is het systeem GIR in de lokale toepassing voor iedereen bij de gemeente goed beschreven?
    Hoe goed is het systeem geïmplementeerd bij de functionarissen die ermee moeten werken? Zijn ze getraind in het gebruik? Zijn er werkinstructies?
  8. Zijn de rollen en processtappen binnen het syteem GIR bij de gemeente geborgd en worden die gevolgd?
    Het systeem GIR is zorgvuldig ontwikkeld en gebouwd. Maar hoe goed wordt het gebruikt door de gemeente? Is duidelijk wie de melder, afhandelaar en toetser is? Doen deze mensen ook in deze kwestie wat zij geacht worden te doen? Worden alle vereiste processtappen gevolgd? Komt de melding tot een 'closure'?

De beantwoording van deze vragen zullen er in deze specifieke casus waarschijnlijk toe leiden dat de gemeente moet erkennen ernstig in de fout te zijn gegaan en tot herstel (reparatie) richting de burger moet overgaan. Dit houdt in dat de gemeente in elk geval:

  1. de melding volgens de regels afhandelt in het systeem GIR;
  2. erkent dat de beschuldiging 'smadelijke belediging' niet terecht was;
  3. een schriftelijke verklaring hierover aan de burger stuurt met een excuus;
  4. het besluit over de AVG-inzage herziet met de nieuwe realiteit (nieuwe feiten/omstandigheden);
  5. in overleg treedt met de burger over nadeelcompensatie.

Daarnaast zal de gemeente haar bedrijfsvoering moeten verbeteren om herhaling te voorkomen.


Dit is een verhaal op www.burgerheid.nl in 'Waargebeurd'
https://www.burgerheid.nl/waargebeurd/smadelijke-belediging/

Auteur: Ray Heijder