1

Tegenprestatie Participatiewet

Burgerheid.nl
Probleemloos in de bijstand
Samengesteld probleem voor de gemeente

Het opstellen en uitvoeren van beleid over de zogeheten ’tegenprestatie’ is een wettelijke opdracht voor de gemeenten. Het blijkt in de praktijk het lachertje van de Participatiewet te zijn. Zo heeft het vooral een symbolische waarde. Het daadwerkelijk opdragen van de tegenprestatie leidt tot allerlei problemen voor gemeenten en daarom gebeurt het zelden.

Rechtmatigheid

Doorgaans wordt gedacht dat gemeenten verplicht zijn om bijstandsgerechtigden een tegenprestatie te laten leveren. Dat is een misverstand, want de plicht ziet alleen op het vaststellen van beleid over de tegenprestatie. De wet schrijft ook voor dat gemeenten dit lokaal opgestelde beleid ook uitvoeren.

Elke gemeente moet het beleid over de tegenprestatie vastleggen in een verordening. Dat is in de Participatiewet vastgelegd in artikel 7 eerste lid aanhef en onder c:

ontwikkelt beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, en voert dit uit, overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b.

In artikel 9, eerste lid onder c staat:

naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

In artikel 8a, aanhef en eerste lid onder c staat:

De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot:
het opdragen van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c.

Doelmatigheid

De wettelijke verplichting lijkt als doel te hebben om mensen in de bijstand een tegenprestatie te laten leveren. Als we de wet echter goed lezen zien we dat het eigenlijk alleen gaat om gemeenten te dwingen er beleid over te maken en dat vervolgens uit te voeren.

In de praktijk blijken gemeenten blijken in hun beleid vooral vast te leggen dat zij geen tegenprestatie opleggen aan hun bijstandsgerechtigden. Daarvoor bedenken ze allerlei excuses en uitvluchten.

Uitvoerbaarheid

Het opstellen van beleid in een verordening is gemakkelijk uitvoerbaar. Het is een kwestie van een eenmalige inspanning. Vervolgens kan het beleid jarenlang mee.

Het daadwerkelijk opleggen van een tegenprestatie is echter moeilijk uitvoerbaar en brengt allerlei bestuursrechtelijke, organisatorische en maatschappelijke haken en ogen met zich mee. Daarom doen de meeste gemeenten niet aan de tegenprestatie en ligt het landelijk gemiddelde van bijstandsgerechtigden die wel een tegenprestatie moeten leveren ongeveer op 13% (bron: CBS).

Behoorlijkheid

De manier waarop de tegenprestatie in de Participatiewet is geregeld, leidt onmiskenbaar tot willekeur. Het hangt volledig af van de gemeente waaraan je als bijstandsgerechtigde bent overgeleverd of je tot de 87% lotgenoten behoort die geen tegenprestatie opgedragen krijgt of tot de slechts 13% die er wel toe wordt verplicht.

Zo zorgt de Participatiewet op dit vlak voor rechtsongelijkheid. Een behoorlijke gemeente pareert dit onrecht door in haar beleid af te zien van de tegenprestatie en gelukkig gebeurt dit ook massaal.

Waar de tegenprestatie toch wordt opgelegd, is dit doorgaans het gevolg van overijverige, aan de landelijk wetgever overdreven gehoorzame wethouders en/of raadsleden met overdreven geldingsdrang.


Dit is een artikel op www.burgerheid.nl in ‘Probleemloos in de bijstand‘ onder ‘Samengesteld probleem voor de gemeente
https://www.burgerheid.nl/probleemloze_bijstand/tegenprestatie-participatiewet/

Auteur: Ray Heijder