Periodieke uitbetaling bijstandsuitkering

Bijgewerkt: di 23 november 2021 - 23:31 uur

Een artikel in de reeks Probleemloos in de bijstand onder Samengesteld probleem voor de gemeente

Van de vier elementen van het samengestelde bijstandsprobleem van de gemeente is het uitbetalen van de uitkering het gemakkelijkst. Het heeft de minste haken en ogen. In dit artikel laat ik je zien wat er zoal komt kijken bij de vier aspecten rechtmatigheid, doelmatigheid, uitvoerbaarheid en behoorlijkheid.

Door Ray Heijder


Rechtmatigheid

Bij het periodiek uitbetalen van de bijstandsuitkering baseert de gemeente zich (meestal maandelijks) op wat is vastgelegd in de zogeheten 'toewijzingsbeschikking'. Dat is het officiële besluit dat de belanghebbende schriftelijk heeft gekregen bij toelating in de bijstand. Dat besluit is een formele bevestiging van door de gemeente vastgesteld recht op algemene bijstand op grond van de Participatiewet.

Zolang de belanghebbende voldoet aan de verplichtingen die aan de toewijzingsbeschikking (volgens de wet) verbonden zijn, kan de gemeente overgaan tot de periodieke betaling.

Op de achtergrond leeft continu de vraag of de belanghebbende nog steeds recht heeft op de (volledige) bijstandsuitkering. Dat komt later aan de orde in deze artikelenreeks.


Doelmatigheid

Bij doelmatigheid is het de vraag of iets ergens toe leidt. Het uitbetalen van de bijstandsuitkering leidt ertoe dat de bijstandsgerechtigde geld en/of middelen heeft over de betreffende periode om te voorzien in het levensonderhoud in een tijdelijke situatie waarin belanghebbende dit niet zelfstandig kan via betaald werk of op andere wijze.


Uitvoerbaarheid

Elke gemeente is altijd in staat om de bijstandsuitkering aan haar inwoners die er recht op hebben te betalen. Daar zorgen de Rijksoverheid en de gemeenten in gezamenlijkheid voor. Daarnaast hebben gemeenten reservepotjes. Het is niet zoals bij de meeste werkgevers die er telkens voor moeten zorgen dat er voldoende geld binnenkomt om de salarissen van het personeel te betalen. Wel kan het voorkomen dat een gemeente een tekort heeft, maar daar is telkens een oplossing voor.

Allereerst is er jaarlijks een landelijk budget voor het uitbetalen van uitkeringen op grond van de Participatiewet (waar de algemene bijstand onder valt) en nog enkele andere wetten gericht op inkomensvoorziening. Dat is een zogeheten macrobudget BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten).

Het macrobudget BUIG wordt per jaar bepaald door rekening te houden met allerlei factoren. Eerst heeft het een voorlopig karakter, later wordt het definitief vastgesteld. Om je een idee te geven: uiteindelijk is het definitieve bijstandsbudget 2020 vastgesteld op 6.375 miljoen euro. Ruim zes miljard euro dus, verdeeld over 355 gemeenten in 2020.

Het macrobudget wordt via een verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. Daarbij is de voorspelbaarheid over wat elke gemeente echt nodig heeft beperkt. Dat leidt er elk jaar weer toe dat een deel van de gemeenten geld overhouden en een deel tekort komt. Afhankelijk van de oorzaak van het tekort, kunnen gemeenten zelf in aanmerking komen voor een uitkering: de Vangnetuitkering.

De Vangnetuitkering is gebaseerd op solidariteit tussen gemeenten en wordt bekostigd uit het macrobudget BUIG van twee jaar later. Het betreft dus geen extra budget dat beschikbaar wordt gesteld. Alle gemeenten tezamen stellen van het macrobudget de middelen beschikbaar voor de Vangnetuitkering.

De Toetsingscommissie vangnet Participatiewet ziet erop toe dat alleen gemeenten die voldoen aan de voorwaarden een Vangnetuitkering krijgen.

Voor tekorten die overblijven na een eventuele Vangnetuitkering (of als er geen recht op zo'n compensatie is) moeten gemeenten zelf een oplossing vinden in hun eigen reserves (andere budgetten). Soms komen gemeenten daarbij in grote problemen, want vooropgesteld moeten de bijstandsuitkering altijd worden betaald.

Overigens hebben gemeenten de opdracht om zich er voor in te spannen dat het bedrag dat voor uitkeringen nodig is, steeds verder omlaag kan. Dat komt vooral aan de orde bij de opdracht van ondersteuning bij arbeidsinschakeling.


Behoorlijkheid

Als de gemeente telkens op tijd de uitkeringen overmaakt, voert ze haar taak op dit punt behoorlijk uit.

Behoorlijk bestuur is ook dat de gemeente duidelijk communiceert over de betaaldata. De meesten doen dit vooropgesteld rechtstreeks aan de belanghebbenden, maar veel gemeenten bieden ook extra service en transparantie door er een overzicht op de gemeentelijke website over te publiceren.