Pw – H3 – P3.4 – Artikel 34 – Lid 2

Update: do 23 juli 2020 - 23:14 uur

> Pw > h3 > p3.4 > art. 34

Vermogen dat niet in aanmerking wordt genomen in relatie tot de algemene bijstandsuitkering.

In de Participatiewet staat:

2 Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:

a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;

b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;

c. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;

d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 52.500,00;

e. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;

f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel o.

Interpretatie

Onderdeel a

bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;

Bezittingen in natura zijn bezittingen niet in geld. We zien dat die bezittingen buiten beschouwing worden gelaten (niet meetellen) als ze noodzakelijk zijn.

Wat noodzakelijk is, hangt van de omstandigheden af. Ook hangt het af van wat die bezittingen precies zijn en waard zijn. Ook speelt mee wat zo’n beetje normaal is.

Laten we eens denken aan een jas. Je kunt er eentje hebben die € 50,- waard is, maar ook een dure van € 15.000. De eerste is onder alle omstandigheden best normaal (algemeen gebruikelijk). Die dure is onder waarschijnlijk alle omstandigheden abnormaal duur voor iemand die een bijstandsuitkering ontvangt. De jas van € 15.000 zal tot het vermogen worden gerekend, of je moet met een wel heel goed verhaal komen waarom deze naar de omstandigheden noodzakelijk is.

De jas van €50,- telt niet mee in het vermogen.

Onderdeel b

het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;

Opmerking:
De rente die over dit vermogen wordt ontvangen, wordt buiten beschouwing gelaten en is dus vrijgelaten. Artikel 31:2i

Dit is een heel interessante waarbij we ons serieus moeten aanvragen of gemeenten dit onderdeel van de wet in de praktijk goed uitvoeren. Uit sommige teksten op gemeentelijke websites kunnen we misschien opmaken dat men op dit punt de wet onjuist interpreteert.

Zoals wij het lezen, telt het vermogen dat je had op het moment dat je bijstandsuitkering werd toegewezen niet mee, mits dat toen onder de grens van het voor jou van toepassing zijnde maximum zat. Dat laatste is eigenlijk per definitie het geval anders was je uitkering niet toegewezen.

Stel het maximum was voor jou € 6.100,- toen je bijstandsuitkering werd toegewezen en je vermogen was € 5.000,-
In dat geval zat je onder het maximum toegestane vermogen.
Stel dat vandaag geldt dat het maximum € 6.500,- is (de bedragen veranderen per jaar) en je hebt nog steeds die € 5.000,-
Je zit dan nog steeds onder het maximum. Maar hoera, je wint een loterij: € 3.000,-

Je vermogen is dan € 5.000,- plus € 3.000,- = € 8.000,-
Dat is boven het maximum van € 6.500,- nietwaar?  Zo denken – naar wij vermoeden – veel gemeenten wel.
Maar is dat juist? Volgens artikel 34:2b zou die € 5.000 niet meetellen, toch?

Burgerheid.nl denkt dat de vermogensverandering sinds het toekennen van de bijstandsuitkering telt. Dus die € 3.000,- en die zit onder € 6.500,-

Overigens had je die € 5.000 ook al kunnen hebben opgemaakt zodat het sowieso niet meetelt. Dat noemen we ‘interen op vermogen’.
Interen op vermogen kun je zonder gevolgen voor je uitkering doen, mits je aan bepaalde voorwaarden voldoet (die komen nog aan de orde).

Bovendien als het om bezittingen in natura gaat, kan er ook sprake zijn van waardedaling (slijtage, veroudering, etc.)

Maar let op: een beeldje waarvan is bepaald dat het een tientje waard was, maar bij het programma Tussen Kunst & Kitsch ineens op € 25.000,- wordt getaxeerd… dat moet je wel melden bij de uitkeringsinstantie en als daadwerkelijk dat bedrag kan worden vrijgemaakt, stijgt je vermogen fors. Ja, je moet het beeldje helaas verkopen!

Onderdeel c

spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;

Opmerking:
De rente die over deze spaargelden wordt ontvangen, wordt buiten beschouwing gelaten en is dus vrijgelaten. Artikel 31:2i

Ben je een spaarzaam persoon die ook nog eens met heel weinig tevreden is en weinig tot geen tegenslagen bij het uitgavenpatroon heeft, dan kun je misschien wel gemiddeld € 100,- in de maand sparen van je uitkering (eventueel ook van je vakantiegeld en individuele inkomenstoeslag). Dat zou een spaarpotje van € 1.200,- zijn. Hou je dat zo vijf jaar vol zonder aan het spaargeld te komen, dan bereik je zo zoetjes aan de vermogensgrens. Dat gebeurt des te sneller als je al een vermogen had.

Wat wij uit artikel 34:2c echter begrijpen, is dat het opgebouwde spaargeld niet meetelt bij de vermogensbepaling omdat het is opgebouwd in de periode dat bijstand werd ontvangen.

Onderdeel d

het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 52.500,00;

Dit onderdeel bespreken we als we artikel 50 verkennen.

Onderdeel e

vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;

Kennelijk kunnen uitkeringen en/of giften als schadevergoeding buiten beschouwing worden gelaten als wijziging van het vermogen in relatie tot de bijstandsuitkering. Goed om hier op te merken dat alleen immateriële schade wordt genoemd. We moeten hier begrijpen dat vergoeding van materiële wel wordt meegerekend.

Artikel 31 waarnaar wordt verwezen, regelt de inkomens- en vermogensbestanddelen die niet tot de middelen van de bijstandsgerechtigde worden gerekend.

Onderdeel f

de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel o.

Vermogenstoename die ontstaat vanuit de voorziening vanuit de levensloopregeling, wordt niet meegeteld. De levensloopregeling is overigens sinds 1 januari 2012 afgeschaft.

Artikel 31 waarnaar wordt verwezen, regelt de inkomens- en vermogensbestanddelen die niet tot de middelen van de bijstandsgerechtigde worden gerekend.