Pw – H3 – P3.4 – Artikel 34 – Lid 1

Update: do 23 juli 2020 - 13:10 uur

> Pw > h3 > p3.4 > art. 34

Vermogen in relatie tot de algemene bijstandsuitkering

In de Participatiewet staat:

1 Onder vermogen wordt verstaan:

a. de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;

b. middelen die worden ontvangen in de periode waarover algemene bijstand is toegekend, voorzover deze geen inkomen betreffen als bedoeld in de artikelen 32 en 33.

Interpretatie

In onderdeel a zien we dat het vermogen een saldo is van bezittingen en schulden. Stel dat je bezittingen € 2.000 waard zijn en je voor € 3.500 aan schulden hebt, dan is het vermogen waar bij het vaststellen van je recht op een bijstandsuitkering dus negatief voor een bedrag van € 1.500.

Onderdeel b vertelt ons dat onder vermogen ook de middelen worden verstaan die zijn ontvangen in de periode dat een bijstandsuitkering wordt ontvangen met uitzondering van inkomen (zoals bepaald in artikel 32 en artikel 33). Voorbeeld: een auto die je wordt geschonken in de periode dat je een bijstandsuitkering ontvangt.

We begrijpen dat wat je al had (bijvoorbeeld een auto) toen het recht op bijstand werd vastgesteld niet meetelt.