Aanlevering bezwaargronden

> Burgerexperimenten
> Kostendelersnorm bijstand, een doorn in het oog

Uiteindelijk komt het toch tot het aanleveren van bezwaargronden. Ray Heijder neemt het er dan ook maar goed van nu het toch moet. De gemeente en de bezwarencommissie zullen het dan weten ook!

Aanlevering bezwaargronden

Gemeente Apeldoorn
Onafhankelijke bezwarencommissie
t.a.v. [naam voorzitter]
via de secretaris, [naam secretaris]

Vaassen, 5 januari 2021

Aanleveren gronden bij bezwaar DOS-2020-071919

Geachte mevrouw [naam voorzitter],

Op 18 december 2020 heeft u mij in een brief als reactie op mijn brief van 10 december 2020 in de gelegenheid gesteld om alsnog binnen vier weken gronden van bezwaar aan u kenbaar te maken. Hierbij maak ik gebruik van die mogelijkheid.

Ik voer de nadere gronden aan voor de drie algemene beginselen van behoorlijk bestuur die ik in mijn bezwaarschrift heb aangehaald.

Ik ga ervan uit dat niet alleen mijn bezwaarschrift, maar ook de andere stukken die op de zaak betrekking hebben in uw bezit zijn en dat de bezwarencommissie deze raadpleegt ter verificatie van de verwijzingen die ik er hierna naar doe.

ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL
Uit de stukken die op de zaak betrekking hebben, blijkt dat mijn aanvraag van 5 juli 2020 niet op juiste wijze buiten behandeling werd gelaten door het college van gemeente Epe.
Concreet blijkt dit uit de e-mailwisseling van 7 juli 2020 tussen gemeente Epe, Team Participatie/Afdeling Samenleving en mij. Mijn aanvraag wordt buiten behandeling gelaten, maar niet via een besluit met vermelding van een bezwaarmogelijkheid.

Gemeente Epe heeft het niet behaagd om op mijn reactie van 7 juli 2020 te reageren.
Een ingebrekestelling op 7 september 2020 (ontvangstbevestiging 11 september 2020) was helaas nodig om de zaak weer aan de praat te krijgen.

Er zijn uitvluchten aangevoerd ten aanzien van de rol van gemeente Epe en van gemeente Apeldoorn. Die zijn echter voor mij niet relevant en niet plausibel voor zover het om het bestuursrechtelijk proces gaat. Van Epe naar Apeldoorn verwijzen, is alleen terecht van toepassing op uitvoerend (ambtelijk) niveau.

De reactie van het bestuursorgaan op mijn ingebrekestelling is ook onrechtmatig. De aanvraag werd wederom afgeschaald naar een verzoek zijnde geen aanvraag in de zin van de Abw. Mijn aanvraag werd daarmee voor de tweede keer buiten behandeling gelaten zonder besluit met vermelding van een bezwaarmogelijkheid.

Wel werd mij om aanvulling gevraagd buiten het verband van een bestuursrechtelijke aanvraag om. Hiermee was het aanvullingsverzoek geen verzoek in de zin van de Awb. Hierbij werd ook nog eens een zeer onredelijke aanvultermijn gehanteerd van slechts één werkdag (drie kalenderdagen). Ik heb hierop gereageerd door het college van Epe aan te schrijven op 18 september 2020.

Op 21 september 2020 stuurt gemeente Apeldoorn mij een e-mail met de stelling dat ik een verzoek om verlenging van de aanvultermijn zou hebben gedaan. Dit is een eigen interpretatie van het bestuursorgaan van slechts één en het minst belangrijke element uit mijn brief van 18 september 2020 aan het college van gemeente Epe. De rest van de inhoud van die brief is genegeerd. De aanvultermijn werd verlengd tot 29 september 2020. Let wel: het verzoek tot aanvulling was nog steeds onrechtmatig aangezien de aanvraag reeds buiten behandeling werd gesteld, onrechtmatig zonder een besluit met vermelding van een bezwaarmogelijkheid.

Dezelfde dag (21 september 2020) heb ik via het college van gemeente Epe gereageerd op de e-mail van gemeente Apeldoorn. Daarbij heb ik mijn ongenoegen uitgesproken over de gang van zaken. Daarin heb ik tevens vermeld dat ik uiterlijk 28 september 2020 aanvullende informatie voor de behandeling van de aanvraag zou sturen.

Op 25 september 2020 heb ik het college opnieuw aangeschreven waarbij ik met een motivering terug ben gekomen op de toezegging om aanvullende informatie te sturen.
Omdat de twee weken die een bestuursorgaan na ingebrekestelling heeft om alsnog een besluit te nemen op een aanvraag waren verstreken en het besluit nog steeds niet was genomen, heb ik op 28 september 2020 een beroep niet tijdig nemen van een besluit ingediend bij Rechtbank Gelderland.

Op 1 oktober 2020 werd er dan toch een besluit (het voorliggende bezwaarde besluit) genomen door het bestuursorgaan op een aanvraag die eerder tot twee keer toe werd aangemerkt als zijnde geen aanvraag in de zin van de Awb.

Consequent was het bestuursorgaan vervolgens dan weer wel door de verbeurde dwangsom te berekenen, in een besluit bekend te maken (op 8 oktober 2020) en uit te betalen.

Door het besluit van 1 oktober 2020 heb ik het beroep bij Rechtbank Gelderland moeten intrekken.

Op 2 oktober 2020 heb ik een bezwaarschrift ingediend. Dat ligt nu ter advies voor aan de bezwarencommissie.

BEGINSEL VAN FAIR PLAY
Uit de stukken die op de zaak betrekking hebben, komt in elk geval de schijn van oneerlijk spel van het bestuursorgaan naar voren. Mijn oordeel gaat verder: het schenden van het beginsel van fair play is aantoonbaar vanuit de stukken.

De handelswijze van het bestuursorgaan laat meerdere malen zien dat er geen grondhouding bestaat om dienstverlenend op te treden. Met de Awb in de hand werden uitvluchten gekozen om mijn verzoek af te serveren zonder tegemoet te komen aan mijn hulpvraag. Dit is een op dienstverlening gerichte gemeente onwaardig.

Het handelen van het bestuursorgaan leidde (en leidt) ertoe dat ik als hulpvrager moest (en moet) spartelen in plaats van energie te kunnen steken in het duidelijk maken hoe ik geholpen kan worden. Ik moest (en moet) mij daarbij druk maken over wet- en regelgeving en heb zelfs de stap naar de rechter moeten zetten om het bestuursorgaan in beweging te krijgen.
Ik moet voortdurend op mijn hoede zijn om niet in een bestuursrechtelijke valkuil te stappen die klaarblijkelijk gelijk wordt afgestraft door het bestuursorgaan. Dit is niet waar een burger met een hulpvraag mee bezig zou moeten hoeven zijn in zijn relatie met de gemeente.

Mijn aanvankelijke aanbod - in de aanvraag van 5 juli 2020 - om door middel van één of meerdere gesprekken tot een nadere invulling van mijn verzoek te komen, is volledig genegeerd door het bestuursorgaan.

Een grove schending van het beginsel van fair play is het eerst bij herhaling beweren dat mijn aanvraag geen aanvraag in de zin van de Awb is, om daarna mij om de tuin te leiden met een onrechtmatig aanvullingsverzoek (alsof er wel sprake is van een aanvraag) en vervolgens mij in de val te laten lopen van het niet voldoen aan dat onrechtmatige aanvullingsverzoek. Vermoedelijk om een argument te creëren om de aanvraag af te kunnen wijzen die nota bene telkens niet als aanvraag werd aangemerkt en derhalve vanuit die optiek niet eens afgewezen behoefde te worden, maar buiten behandeling kon worden gelaten.

Hierbij zij nadrukkelijk opgemerkt dat uit de stukken die op de zaak betrekking hebben ik dit oneerlijke spel heb doorzien en er schriftelijk opmerkingen over heb gemaakt richting college en uitvoeringsorganisatie. Ook heb ik gewezen op de onrechtmatige aard van het aanvullingsverzoek. Het college van gemeente Epe heeft hierbij weggekeken en verzuimd om corrigerend naar de uitvoeringsorganisatie op te treden. De uitvoeringsorganisatie heeft ook zichzelf niet willen corrigeren.

MOTIVERINGSBEGINSEL
De motivering voor het besluit rust op drijfzand en kan daardoor niet aan het motiveringsbeginsel voldoen. Dit drijfzand is ontstaan door de eerdere schendingen van het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van fair play.

De motivering is uitsluitend gericht op het niet door mij leveren van aanvulling, nota bene na een onrechtmatig aanvullingsverzoek. Over het gesteggel rond wel/geen aanvraag in de zin van de Awb is niets in de motivering terug te vinden. Die gaat geheel voorbij aan wat ik heb aangevoerd ten aanzien van onrechtmatig handelen bij de afhandeling van de aanvraag.

Het bestuursorgaan had beter voet bij stuk kunnen houden door te volharden in het buiten behandeling laten van de aanvraag, in een voor bezwaar vatbaar besluit bekendgemaakt.

Door uiteindelijk onder druk van de ingebrekestelling en het beroep niet tijdig beslissen toch een beslissing op de aanvraag te nemen - die door het bestuursorgaan herhaaldelijk werd afgeserveerd als geen aanvraag in de zin van de Awb - is het bestuursorgaan ongeloofwaardig geworden in deze zaak en begeeft zich op juridisch glad ijs.

Mijn bezwaarschrift heeft als doel intrekking van het besluit van 1 oktober 2020 en de totstandkoming van een nieuw besluit op mijn aanvraag van 5 juli 2020.

De beslissing op bezwaar zou bij gegrond verklaren een nieuwe aanvullingstermijn voor het onderbouwen van mijn aanvraag moeten bevatten of moeten afdwingen.
Hoogachtend,

R.M.F. Heijder

Direct opvolgend

Verweer van de gemeente

Direct voorafgaand

Bezwarencommissie bindt in

Brief bezwarencommissie

Brief