Klacht trajectregie/juridische afdeling

Bijgewerkt: za 10 april 2021 - 21:27 uur

> Start
> De macht van de klacht
> Praktijkcasus gemeente Epe/Apeldoorn

Op 1 april 2021 stond een dubieus gesprek gepland tussen gemeente Apeldoorn (handelend namens gemeente Epe) en Ray Heijder. Het gesprek heeft plaatsgevonden na robuuste voorbereiding door Ray die vindt dat het gesprek, met name de bedrijfsvoering en bejegening daaromtrent, een klacht waard is.

Hieronder het klaagschrift van Ray Heijder, ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van gemeente Epe.  De klacht heeft zaaknummer 297711 gekregen.

Klaagschrift

Gemeente Epe
College van burgemeester en wethouders

Vaassen, 2 april 2021

Onderwerp: klaagschrift trajectregie/juridische afdeling

Geacht college,

Op 1 april 2021 heeft er een gesprek plaatsgevonden met trajectregisseur [naam] en juridisch medewerker [naam].

Zowel het arrangeren als het laten plaatsvinden van het gesprek, alsmede de handelswijze van beide ambtenaren tijdens het gesprek merk ik aan als klaagwaardige bedrijfsvoering en bejegening.

Hoewel het gesprek rust op gemandateerde uitvoering van de Participatiewet door ambtenaren van gemeente Apeldoorn, spreek ik op grond van de Algemene wet bestuursrecht artikel 9:1 tweede lid het college als eindverantwoordelijke aan:

“Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.”

Het college van gemeente Epe moet deze klacht in behandeling nemen en mag deze niet voor behandeling doorsturen naar gemeente Apeldoorn, tenzij omkleed met wettelijke gronden die schriftelijk aan mij worden bekendgemaakt.

TOELICHTING

  1. Reikwijdte klacht
    Deze klacht ziet niet op de rechtmatigheid van het gesprek. Dat aspect zal door belanghebbende worden toegevoegd aan de lopende bezwaarprocedure. Het gaat hier alleen om bedrijfsvoering en bejegening.
  2. Discutabele bedrijfsvoering
    Het gesprek werd gepland en gevoerd hangende het bezwaar (255433 / 2021-057434) van het onderliggende bezwaarde besluit (1650426/220022202/TR/232). De rechtmatigheid hiervan daargelaten (of het toegestaan is om hangende een bezwaar een dergelijk gesprek te voeren), is hier naar het oordeel van belanghebbende sprake van discutabele bedrijfsvoering. Het is daarbij de vraag of het usance bij het bestuursorgaan is dat er inhoudelijk over bezwaarde besluiten wordt onderhandeld of gediscussieerd buiten de bezwaarprocedure om of dat dit alleen bij belanghebbende gebeurt.
  3. Intimidatie
    Door de timing van het gesprek tegen het licht van het lopende bezwaar, is er voor belanghebbende de beleving van intimidatie door het bestuursorgaan. Het is hem niet gebleken dat het bestuursorgaan in zijn belang handelt. Dat het bestuursorgaan – overigens al jaren – beweert dat dit wel de bedoeling of zelfs het geval is, heeft geen toegevoegde waarde aangezien het tegenovergestelde – namelijk het tegenwerken van belanghebbende – geen beoogde handeling kan zijn. Daarbij kan het bestuursorgaan niet met feiten aannemelijk maken dat er voldoende in het belang van belanghebbende wordt gehandeld.
  4. Geen schorsing uitvoering besluit
    Niet is gebleken dat het bestuursorgaan de uitvoering van het bezwaarde besluit wil schorsen, laat staan dat het bestuursorgaan de uitvoering metterdaad heeft geschorst.
  5. Verzet tegen schorsing besluit
    Uit het verweer van het bestuursorgaan bij de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening bij Rechtbank Gelderland (ARN 21/924) is gebleken dat het bestuursorgaan zich juist verzet tegen schorsing van het bezwaarde besluit.
  6. Dubbelzinnig handelen
    Het bestuursorgaan handelt dubbelzinnig door te doen alsof het besluit onverminderd wordt of zal worden uitgevoerd, maar tegelijkertijd de schijnt wekt – in effect en zonder mededeling daaromtrent – te hebben geschorst door inhoudelijk in gesprek te gaan over de aanpasbaarheid van het besluit (het plan van aanpak).
  7. Verborgen agenda
    Het bestuursorgaan beweerde dat het gesprek puur zou gaan over doelmatigheid, maar zette dit onder druk door een juridisch medewerker te laten deelnemen. Dit is intimiderend en hiermee is het bestuursorgaan niet transparant over de werkelijke bedoelingen.
  8. Verzwarend gegeven
    Extra verzwarend voor belanghebbende is dat de juridische medewerker de vaste vertegenwoordiger van het college van gemeente Epe is bij alle bezwaar- en beroepszaken op het terrein van werk & inkomen die belanghebbende had en heeft lopen tegen het bestuursorgaan. Het is dezelfde ambtenaar die naar het oordeel van belanghebbende schuldig is aan aan het verdraaien van feiten in zijn dossier, een misstand waar hij nog verder onderzoek naar doet, die hij probeert te bestrijden via het AVG-rectificatierecht en waarbij hij voornemens is om via de burgerlijke rechter zijn recht te behalen.
  9. Integriteit
    De trajectregisseur die – naar eigen zeggen – uitsluitend een rol heeft op het gebied van doelmatigheid, bemoeide zich in dit gesprek (en overigens ook bij eerdere gesprekken) ruimschoots en hoofdzakelijk met rechtmatigheidskwesties. Dit keer zoals hiervoor genoemd geflankeerd en gesterkt door een juridisch medewerker. Dit gaat in tegen de integriteit.
  10. Houding belanghebbende
    Dat belanghebbende zelf ook telkens neigt naar rechtmatigheidskwesties doet aan het voorgaande niet af, maar onderstreept alleen maar de noodzaak van zijn al langer uitstaande – door het bestuursorgaan geminachte – verzoeken (transitieaanvragen met zaaknummers 129847 en 201538) om eerst de problematiek rond zijn recht, rechtspositie en rechtsverhouding op te lossen voordat doelmatigheid op redelijkerwijs op de rol kan staan. Het bestuursorgaan heeft hier geen enkel oog voor en veroorzaakt daardoor permanente verdeeldheid tussen de partijen.
  11. Dictaat
    Tijdens het gesprek hebben beide ambtenaren belanghebbende onder druk gezet door te stellen dat hij gewoon heeft te doen wat hem wordt gevraagd. Op de vraag van belanghebbende "Dus als jullie tegen mij zeggen 'spring!' dan moet ik reageren met 'hoe hoog?'" werd met instemming gereageerd door de ambtenaren. Belanghebbende brengt in herinnering dat de juridisch medewerker in de zittingen bij Rechtbank Gelderland voor de behandeling van zaak ARN 21/924 (voorlopige voorziening) stelde: “Meneer heeft gewoon te doen wat hem wordt opgedragen, of hij nu ondertekent of niet”. In die bewoordingen of van gelijke strekking. In de uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 17 maart 2021 is het wat zakelijker weergegeven.De juridisch medewerker haalde een boek met wetteksten tevoorschijn om daaruit op intimiderende en aanmatigende wijze voor te lezen en belanghebbende de mond te snoeren, terwijl deze zelf allang en genoegzaam bekend is met wet- en regelgeving en daarover reeds veelvuldig, doch tevergeefs schriftelijk heeft gecorrespondeerd met het bestuursorgaan. De trajectregisseur doet telkens (in dit gesprek en in vorige gesprekken) een duit in het zakje door bij elk aangevoerd (rechts)feit het mantra “maar dat is uw mening” te reciteren.

Ik vertrouw erop dat deze klacht geheel volgens de Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 9. Klachtbehandeling en de lokale Klachtenregeling Epe 2015, wordt behandeld en zal daar ook nauwlettend op toezien.

Hoogachtend,

R.M.F. Heijder