Tegenreactie verzoeker op reactie rechtbank (vovo)

Bijgewerkt: wo 31 maart 2021 - 19:49 uur

> Start
> In je hemd staan in de bijstand

Op de reactie van de rechtbank op het nieuwe verzoek om een voorlopige voorziening van 17 maart 2021 reageert Ray Heijder tijdig.

Reactie

Rechtbank Gelderland
Team Bestuursrecht
[naam contactpersoon]

Vaassen, 26 maart 2021

Geachte [naam contactpersoon],

Hiermee reageer ik op uw brief van 23 maart 2021 in zaak ARN 21/1564

Waar het mij nu om gaat, is dat er naar mijn oordeel sprake is van ernstige onvolkomenheden in de uitspraak van de voorzieningenrechter. U verzoekt mij om gemotiveerd uiteen te zetten wat deze dan volgens mij zijn.

Uw verzoek is naar mijn oordeel misplaatst omdat ik in mijn verzoekschrift van 17 maart 2021 die onvolkomenheden reeds heb opgenomen. Wel zouden er bij u twijfels kunnen bestaan over de ernst van de onvolkomenheden en over mijn motivering. Als dat het geval is, dan moet u aangeven waarop ik concreet tekortschiet.

Wel heb ik evengoed een aanvullende onvolkomenheid te melden die bij de eerder aangevoerde vijf in mijn nieuwe verzoek van 17 maart 2021 hoort:
In de uitspraak voert de voorzieningenrechter bij ‘Overweging’ bij het tweede punt een eerste aspect aan (invorderbaarheid) dat de basis is van mijn verzoek van 20 januari 2021 om er vervolgens niet meer op terug te komen. Hij spreekt zich niet uit of hij mij daarin volgt of niet.
Hij stapt in plaats daarvan over op een tweede aspect (daadwerkelijke invordering) bij het zesde punt om daarbij wel met een uitspraak te komen, compleet met uitgebreid wettelijk kader.
Met andere woorden: de voorzieningenrechter heeft niets gezegd over de cruciale primaire vraag of de schuld waar het over gaat op dit moment invorderbaar is (dat is de rechtsvraag in het onderhavige bezwaar waarvoor door mij om de voorlopige voorziening wordt verzocht).

Ik kom tot slot toe aan uw verzoek om het spoedeisend belang (nogmaals) te motiveren.
Het spoedeisend belang is dat ik nu acuut terugval in inkomen dat al op het laagste niveau zit en wanneer het al veel te laat is (na uitspraak hoger beroep) kan blijken dat dit leed niet nodig was geweest.
De verweerder daarentegen heeft geen spoedeisend belang. De voorzieningenrechter moet hiermee bij het afwegen van het belang van verweerder en het belang van mij rekening houden.

Ik zie de planning voor de zitting graag tegemoet.

Hoogachtend,

R.M.F. Heijder