Robuust voorbereidingsstuk voor 1 april 2021

Bijgewerkt: vr 26 maart 2021 - 17:54 uur

> Start
> In je hemd staan in de bijstand

Voor 1 april staat een dubieus gesprek gepland tussen gemeente Apeldoorn (handelend namens gemeente Epe) en Ray Heijder.

Zoals voorgenomen en aangekondigd heeft Ray op 26 maart 2021 een voorbereidingsstuk geleverd.

Download pdf-versie van het voorbereidingsstuk of bekijk het hieronder online.

Voorbereidingsstuk

Voorbereiding gesprek 1 april 2021

Voor u ligt een bijdrage van belanghebbende R.M.F. Heijder voor het gesprek van 1 april 2021. Het bestuursorgaan, college van burgemeester en wethouders, heeft – in mandaat uitgevoerd door gemeente Apeldoorn – in de schriftelijke uitnodiging als gespreksdoel geformuleerd het bespreken van een liggend plan van aanpak met de mogelijkheid om het aan te passen omdat belanghebbende zich er niet in kan vinden.

Het plan van aanpak is onderdeel van het besluit ‘Traject naar werk’ van 15 februari 2021 en is daarmee net als het besluit sinds 16 februari 2021 bezwaard.

Aan de orde komen:

  1. Opmerkingen vooraf
  2. Besluit vereist?
  3. Plan van aanpak vereist?
  4. Meewerken aan plan van aanpak
  5. Afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s
  6. Transitieaanvragen
  7. Verwachting over het gesprek van 1 april 2021

Opmerkingen vooraf

Het plan van aanpak is niet door belanghebbende voor akkoord getekend. Ondertekening is geen wettelijk vereiste. Met het niet ondertekenen laat belanghebbende onder meer tot uitdrukking komen dat hij er zijn wettelijk verplichte bijdrage aan het opstellen van een plan van aanpak niet in terugziet. Ook distantieert hij zich op deze wijze van vermeende gemaakte afspraken. Belanghebbende stelt dat er geen afspraken zijn gemaakt.

Naar zijn oordeel is het bestuursorgaan in verzuim en is het besluit en het bijbehorende plan van aanpak niet uitvoerbaar.

Een besluit kan volgens de wet alleen worden genomen als de voorbereiding op het besluit is afgerond met inachtneming van de wettelijke bepalingen in de Awb, Afdeling 3.2. Zorgvuldigheid en belangenafweging (zorgvuldigheidsbeginsel). Tevens is vereist dat aan de bepalingen in de Awb, Afdeling 3.7. Motivering (motiveringsbeginsel) wordt voldaan.


Besluit vereist?

Uit de collegeopdracht uit de Participatiewet artikel 7 eerste lid aanhef en onder a 1° komt niet noodzakelijkerwijs voort dat er een besluit moet volgen.
Ook een plan van aanpak is geen direct vereiste.

Wanneer is een besluit vereist?
Een besluit is vereist als er een beoogd rechtsgevolg tot stand wordt gebracht, uit eigen beweging van het bestuursorgaan of op verzoek van belanghebbende (op aanvraag).

Met het voorbereiden en nemen van het besluit ‘Traject naar werk’ van 15 februari 2021, gaat het bestuursorgaan ervan uit dat er een beoogd rechtsgevolg is.

Bij de ondersteuning bij arbeidsinschakeling is er sprake van een beoogd rechtsgevolg als:

  1. het bestuursorgaan concreet invulling geeft aan de ondersteuningsopdracht,
  2. belanghebbende aanspraak maakt op een voorziening.

De algemene arbeidsverplichting en de geüniformeerde arbeidsverplichtingen zijn generiek vanuit de Participatiewet opgelegd aan alle personen die algemene bijstand ontvangen. Het bestuursorgaan legt deze niet op in een afzonderlijk besluit, maar automatisch in het toewijzingsbesluit Participatiewet algemene bijstandsuitkering. Wel moet het bestuursorgaan deugdelijk informeren over die verplichtingen.

Op het moment dat het bestuursorgaan zich concreet bemoeit met de invulling van de generieke arbeidsverplichtingen of belanghebbende aanspraak maakt op een mogelijkheid van – tijdelijke – ontheffing van een generieke arbeidsverplichting – is er sprake van een beoogd rechtsgevolg en is een besluit vereist. Die bemoeienis uit zich met name in het opleggen van taken vanuit de gedachte ‘wat het college nodig acht’. Denk hierbij aan een opgelegd minimaal aantal sollicitaties per week, het inschrijven bij meerdere uitzendbureaus, het langsgaan bij uitzendbureaus enzovoort.
De opgelegde taken moeten deugdelijk gemotiveerd zijn (artikel 3:46 Awb) waaruit blijkt dat er een zorgvuldige, op de belanghebbende gerichte afweging is gemaakt. De motivering moet bij het bekendmaken van het besluit worden vermeld (artikel 3:47 eerste lid).

Het bestuursorgaan is niet verplicht om een besluit te nemen als er niet uit eigen beweging van het bestuursorgaan concrete invulling wordt gegeven geven aan de ondersteuningsopdracht.

Er is sinds de toewijzingsbeschikking ‘Beschikking Participatiewet – algemene bijstand’ van 21 oktober 2016 tot 15 februari 2021 geen enkel besluit genomen voor belanghebbende ten aanzien van de concrete invulling van ondersteuning bij arbeidsinschakeling door het bestuursorgaan. Dit had ook niet gehoeven en hoeft ook niet in de toekomst!

Er is wel een besluit nodig als belanghebbende zelf aanspraak maakt op ondersteuning op grond van artikel 10 Participatiewet vanwege een door het bestuursorgaan opgelegde taak die hij zonder ondersteuning niet kan uitvoeren. Het college bepaalt vervolgens of belanghebbende daarin tegemoet kan worden gekomen vanuit de gedachte ‘wat het college nodig acht’. Ook bij afwijzing van een verzoek om ondersteuning is een besluit vereist.


Plan van aanpak vereist?

Behalve een besluit, is ook een plan van aanpak vereist als het bestuursorgaan vanuit de gedachte ‘wat het college nodig acht’ een voorziening (ondersteuning) aanbiedt. Daaronder vallen ook sociale activering gericht op arbeidsinschakeling en meewerken aan een onderzoek naar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling (zoals een belastbaarheidsdiagnose of een psychologisch onderzoek).

Een plan van aanpak kan (mag) verwijzen naar generieke wettelijke bepalingen (algemene arbeidsverplichting en inlichtingenplicht) die in elk geval reeds van kracht zijn sinds de aanspraak op een algemene bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (vanaf dag van eerste melding).

Het plan van aanpak mag uitsluitend betrekking hebben op de door het bestuursorgaan aangeboden ondersteuning en moet volledig zijn, ofwel alle aspecten van de aangeboden ondersteuning beschrijven omwille van het motiveringsbeginsel.


Meewerken aan plan van aanpak

Als een plan van aanpak is vereist, dus als er ondersteuning wordt aangeboden, moet belanghebbende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren ervan.

Het wel of niet nakomen van deze verplichting moet meetbaar en inzichtelijk zijn. Dat betekent dat de inbreng van belanghebbende en wat er door het bestuursorgaan mee wordt gedaan, terug te zien moet zijn in het plan van aanpak. Dit is een recht van belanghebbende dat voortvloeit uit de verplichting.

Omdat het plan van aanpak er alleen kan zijn als onderdeel van een besluit, levert de belanghebbende metterdaad een bijdrage aan het voorbereiden van het besluit.

In geen enkel plan van aanpak – of de voorbereiding daarvan – werd door het bestuursorgaan gezorgd dat de inbreng van belanghebbende terug te zien is. Belanghebbende heeft herhaaldelijk zeer proactief inbreng geleverd voor het opstellen van een plan van aanpak. Die inbreng werd door het bestuursorgaan genegeerd.


De term ‘Gemaakte afspraken’

De Participatiewet kent het begrip ‘gemaakte afspraak’ niet. Wel is er wettelijke rechtvaardiging voor het begrip ‘opgelegde taak’. Dat is dan ook waar het werkelijk om zou moeten gaan. Zeker nu er geen wettelijke bepalingen zijn om aanspraak te maken op ondersteuning bij het nakomen van afspraken, maar wel bij het uitvoeren van opgelegde taken.

Als er al kan worden gesproken over gemaakte afspraken, dan moeten die ook werkelijk zijn gemaakt en zijn vastgelegd. Een afspraak maken, is geen eenzijdige handeling. Een afspraak komt alleen met wederzijds goedvinden definitief tot stand. Op het nakomen van afspraken kan alleen worden aangedrongen als deze zijn vastgelegd.

Dat is anders bij het opleggen van een taak waarbij kan worden volstaan met een eenzijdige handeling van het bestuursorgaan, mits aan de wet en algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt voldaan, waaronder het vastleggen ervan in een besluit.

In het bezwaarde concept plan van aanpak bij het bezwaarde besluit van 15 februari 2021 wordt ten onrechte over ‘gemaakte afspraken’ gesproken. Er zijn geen afspraken gemaakt in het gesprek tussen belanghebbende en zijn trajectregisseur op 9 februari 2021.


Afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s

Afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s moeten voor zover deze bekend zijn in het besluit worden genomen als onderdeel van de motivering. De reden voor het afwijken van de standaard (maatwerk) en de omstandigheden waaronder dit gebeurt, moeten in het besluit vastliggen.

De wijze waarop en mate waarin knelpunten en afbreukrisico’s worden aangepakt, moeten zijn uitgewerkt in het plan van aanpak.

Het uitvoeren van een opgelegde taak/opgelegde taken kan niet los worden gezien van afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s.

Eventuele onbekende (toekomstige of later optredende) afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s vragen om een nieuw besluit (als er een beoogd rechtsgevolg tot stand komt) en/of worden meegenomen bij de evaluatie en het bijstellen van het plan van aanpak.

In het bezwaarde besluit en bijbehorende plan van aanpak zijn afwijkingen, knelpunten en afbreukrisico’s niet opgenomen, terwijl belanghebbende uitgebreid heeft gesproken en gecorrespondeerd over het bestaan ervan.

De afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s zijn bepalend voor het recht, de rechtspositie en de rechtsverhouding van belanghebbende. Daarbij is sprake van een actuele situatie en een gewenste/vereiste (herstelde) situatie.

Om een opgelegde taak/opgelegde taken te kunnen uitvoeren, moet eerst de transitie van actuele situatie naar gewenste/vereiste (herstelde) situatie hebben plaatsgevonden. Tot die tijd moet het bestuursorgaan afzien van het opleggen van taken, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitvoering daarvan ook in de niet herstelde situatie mogelijk is.


Transitieaanvragen

Belanghebbende heeft zich niet alleen over een lange periode bij herhaling ingespannen om bij te dragen aan het opstellen van een plan van aanpak; hij heeft ook transitieaanvragen ingediend. Met de aanvragen verzoekt belanghebbende het bestuursorgaan om een besluit te nemen.

Tot nu toe weigert het bestuursorgaan de aanvragen te erkennen als aanvragen in de zin van Awb, artikel 1:3 derde lid met het argument dat er geen sprake kan zijn van een besluit in de zin van Awb, eerste lid. Er zouden volgens het bestuursorgaan geen beoogde rechtsgevolgen zijn die om publiekrechtelijke rechtshandelingen vragen, derhalve niet om besluiten en dientengevolge zouden er geen aanvragen mogelijk zijn.

Echter als afwijkingen, knelpunten en/of afbreukrisico’s bepalend zijn voor het recht, de rechtspositie en/of de rechtsverhouding van belanghebbende en er een transitie van een actuele situatie naar een gewenste/vereiste (herstelde) situatie nodig is, is er wel sprake van beoogd rechtsgevolg/beoogde rechtsgevolgen.

De transitieaanvragen (thans in bezwaar en beroep) die door het bestuursorgaan worden geminacht:

  1. Aanvraag maatwerk probleemoplossing
    14 april 2020
    Status per 26/3/2021: beroep ARN/4142
    Uitspraak is – op verzoek van eiser – zonder zitting gedaan.
    Eiser is in verzet gegaan en heeft alsnog om een zitting gevraagd.
  2. Aanvraag maatwerk kostendelersnorm
    5 juli 2020
    Status per 26/3/2021: bezwaar
  3. Aanvraag onderzoek misstanden en rectificatie
    13 augustus 2020
    Status per 26/3/2021: beroep ARN
    Zitting heeft plaatsgevonden, maar uitspraak is opgeschort hangende een wrakingsverzoek dat op 29 maart 2021 ter zitting wordt behandeld.

Verwachting over het gesprek van 21 april 2021

Het besluit is in bezwaar met het bijbehorende plan van aanpak. Naar het oordeel van belanghebbende mag het gesprek van 1 april 2021 in een gejuridiseerde situatie daardoor eigenlijk niet plaatsvinden.

Belanghebbende neemt met de aanvaarding van de uitnodiging voor het gesprek en de bereidheid om eraan deel te nemen dan ook geen verantwoordelijkheid voor de loop en uitkomst van het gesprek waarvan hij zelf niets verwacht gelet op wat hij hiervoor heeft beschreven.

Belanghebbende is van oordeel dat het bestuursorgaan er goed aan zou doen om de inhoud van dit voorbereidingsstuk zorgvuldig te wegen. Vervolgens is het naar het oordeel van belanghebbende voor alle betrokkenen verstandig om eerst de gejuridiseerde casus zonder trajectregisseur te behandelen via de lopende bezwaar- en beroepsprocedures. Zo wordt de trajectregisseur – die alleen een rol inzake doelmatigheid behoort te pakken – gevrijwaard van rechtmatigheidskwesties.

Als het bestuursorgaan hiervoor kiest, dan ligt het voor de hand dat het bestuursorgaan de uitvoering van het bezwaarde besluit van 15 februari 2021 opschort hangende het bezwaar.
Of nog beter: het besluit intrekt in afwachting van een nieuw besluit zodra daartoe na heroverweging van de casus nog aanleiding bestaat.


Ondertekening

Vaassen, 26 maart 2021

R.M.F. Heijder, belanghebbende