Rechtbank Gelderland verzaakt weer

Bijgewerkt: wo 31 maart 2021 - 19:59 uur

> Start
> In je hemd staan in de bijstand

Naar het oordeel van Ray Heijder verzaakt Rechtbank Gelderland opnieuw bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening en laat zo de burger in zijn hemd staan. Er wordt volledig voorbijgaan aan de door hem aangevoerde argumenten. Typisch een voorbeeld van misstanden waarbij de rechtsbescherming van individuele burgers zwaar onder druk staat. Dat waar ook 'ongekend onrecht' Pieter Omtzigt zich zo over opwindt.

Als er door de betrokken rechters al serieus naar de argumenten van belanghebbende is gekeken, dan vegen zij alles van tafel zonder enige motivering. Hierbij wordt voorbijgegaan aan het motiveringsbeginsel.

Ray stelt de rechtbank voor een derde keer in de gelegenheid om behoorlijk te werk te gaan. Gebeurt dat niet, dan zal hij zich tot de President van Rechtbank Gelderland wenden via de klachtregeling.

Hieronder staat zijn derde verzoek. Daaronder de betwiste uitspraak op het tweede verzoek.

Opmerking:
Waar ARN 21 21/320 wordt genoemd, moet het ARN 21/924 zijn. Zowel de rechtbank als belanghebbende verwarren de zaken met elkaar.

Derde verzoek

Rechtbank Gelderland
Team Bestuursrecht

Vaassen, 31 maart 2021

Voor de derde maal stel ik Rechtbank Gelderland in de gelegenheid om op behoorlijke wijze mijn verzoek om een voorlopige voorziening in behandeling te nemen. Bij de twee voorgaande verzoeken heeft de Rechtbank hierin naar mijn oordeel verzaakt.

Voor de inhoudelijke stukken verzoek ik u de aangeleverde stukken bij zaken ARN 21/320 en ARN 21/1563 als ingelast te beschouwen.

Als er bij deze derde keer wederom niet op behoorlijke wijze wordt omgesprongen met mijn verzoeken, zal ik mij tot de President van Rechtbank Gelderland wenden via de klachtenregeling.

Ik betwijfel ten zeerste of er bij het tweede verzoek überhaupt een rechter aan te pas is gekomen. Dat maak ik onderaan de uitspraak op uit “is buiten staat om mede te ondertekenen” bij zowel de rechter als de griffier.

  1. Hoe kan er wel op dezelfde datum uitspraak zijn gedaan en op dezelfde datum niet ondertekend?
  2. Hadden zowel de rechter als de griffier geen schrijfpen bij zich?
  3. Is de uitspraak slechts een afserverende actie van het Team Bestuursrecht?

Het zijn wellicht wat onorthodoxe vragen, maar ik wil dat mijn twijfel serieus wordt genomen.

Ik benadruk tot slot dat het mij niet gaat om de uitspraken zelf, maar om de naar mijn oordeel onzorgvuldige wijze waarop de rechters daartoe zijn gekomen. Dat kenmerkt zich vooral in het bij herhaling niet serieus nemen van mijn argumenten en deze zonder meer (met geen enkele motivering) ter zijde leggen. Dit is onaanvaardbaar.

Als ik in het ongelijk wordt gesteld dan is dat jammer, maar laat het dan wel op waarde gebeuren.

Hoogachtend,

R.M.F. Heijder

De uitspraak

Uitspraak


Uitspraak