Klacht tegen gedragingen BOA’s gemeente Epe

> Burgerexperimenten
> BOA: Buitengewone of Buitensporige Opsporingsambtenaar?

Klaagschrift

Dit klaagschrift bestaat uit een verslag van de klager gevolgd door de klacht.

Verslag klager
Op zaterdag 6 februari 2021 tegen naar schatting 14:20 uur meldden zich twee functionarissen aan het adres [adres] in Vaassen. Ik herkende ze als handhavers van gemeente Epe doordat zij uit een grijs voertuig met de aanduiding ‘handhaving Epe’ stapten. Tevens droegen de functionarissen herkenbare kleding met ‘handhaving’ en bij één van hen zag ik het logo van gemeente Epe. Ik heb de handhavers op dat moment niet gevraagd om zich te legitimeren, maar later bleek dat hun identiteitsnummers zijn: xxxxxxx en yyyyyyy.
Na het openen van de voordeur antwoordde ik op hun vraag ‘Bent u de bewoner?’ met: ‘Ik ben één van de bewoners.’

De handhavers maakten bekend dat zij kwamen vanwege een melding over overlast. Die melding kwam volgens hen van meerdere buurtbewoners. Ze omschreven de overlast als volgt:

‘Het neerzetten van bakjes eten, het daarmee lokken van katten in mandjes en deze laten ophalen.’

Ik reageerde hierop met dat ik mij hierin niet herkende.

Vervolgens begonnen de handhavers naar mijn oordeel buitensporig door te zagen middels een woordenspel over onder meer al dan niet neerzetten van bakjes eten.
‘Net zei u dit, nu zegt u dat’ enzovoort
Dit wekte al snel irritatie bij mij op en dat uitte zich in krachtiger woordgebruik van mij.

Ik begon over mandaat en bevoegdheid en vroeg wat nou eigenlijk de wettelijke grondslag van hun aantijgingen was. De mannelijke handhaver benadrukte dat het over overlast ging en dat hij mandaat en bevoegdheid heeft als dat in het geding is. Hij ging over tot in mijn ogen aanmatigend gedrag en verzekerde mij dat hij veel in de melk te brokkelen had. Ik reageerde daarop met zoiets als:
‘Man je bent helemaal niets in mijn ogen. Gewoon een ambtenaartje van gemeente Epe.’
Dat is uiteraard niet aardig, maar de man wist samen met zijn vrouwelijke collega al snel door hun houding het bloed onder mijn nagels vandaan te halen. De eerlijkheid gebied mij te vermelden dat meespeelt dat ik al langdurig geen prettige ervaringen met gemeente Epe heb. Dit is een understatement.

Beide BOA’s lieten nadat ik hun ‘macht’ in twijfel trok en overging tot steeds meer stemverheffing en krachttermen demonstratief hun handboeien, pepper spray en wapenstok aan hun broekriem zien. Door die intimidatie raakte ik nog meer verbolgen en gaf ik aan dat ik niet onder de indruk was, ze volgens mij niets hadden in te brengen en op moesten hoepelen (verzacht vertaald). Maar beide BOA’s bleven maar ‘zuigen’ en ik werd alleen nog maar kwader en feller in mijn taalgebruik. Op enig moment begon men te suggereren dat ik te ver kon gaan en dat ze daar dan iets mee konden. Ik zei:
“Dan moeten jullie niet dreigen, maar doen. Kom maar op dan! Maar dat kunnen jullie niet hè? En dat weten jullie ook!”

Tijdens het zeer onprettige gesprek verplaatste de focus van de veronderstelde overlast naar het vermeende in gijzeling houden van katten van derden aan mijn adres. Blijkbaar ging het bezoek van de BOA’s in werkelijkheid heel ergens anders om dan overlast.

Ik bevestigde dat we een vreemde kat (roodharig) al langdurig (meer dan een jaar) in huis opvangen, maar dat dit in overleg met de eigenaresse gaat waarmee ook contact is. Later zou de mannelijke BOA mij in de mond leggen dat ik zou hebben toegegeven dat we ons de kat wederrechtelijk hebben toegeëigend. Telkens als ik herhaalde dat ik dat niet heb beweerd, zei de mannelijke BOA ‘dat heb je wel gezegd.’ Het bij mij woorden in de mond leggen en deze verdraaien, deed hij overigens tot mijn grote ergernis en frustratie van begin tot eind.

Vervolgens richtte het verhaal van de BOA’s zich op een zwart/witte kat van een andere buurtbewoner die wij gegijzeld zouden hebben (de kat, niet de buurbewoners wel te verstaan). Wij hebben inderdaad een zwart/witte kat in huis. Die verblijft altijd en al jaren in het halletje achter de voordeur en is zichtbaar van buiten door gemoffeld glas. Hiermee is voor een buitenstaander het dier niet scherp te observeren. Iemand die zijn eigen zwart/witte kat mist zou kunnen denken dat deze binnen bij ons is. Ik vertelde de BOA’s dat onze kat echter al meer dan tien jaar bij ons is en zelfs nog vanaf het vorig woonadres is meeverhuisd ruim vier jaar geleden. De BOA’s trokken dit zonder meer in twijfel en vonden dat ik dat dan maar direct moest bewijzen met een inentingsboekje. Ik reageerde met dat ik helemaal niet van plan was dit direct te gaan bewijzen, maar de functionarissen bleven drammen en ik schoot daardoor nog meer uit mijn slof.

Ondertussen zo boos geworden, deed ik de deur dicht, maar omdat de BOA’s niet weggingen heb ik deze iets later weer open gedaan en zei:
“Jullie kunnen ook gewoon de politie bellen.”
Inmiddels was mijn broer die ik erbij had geroepen er ook bij komen staan en probeerde mee te denken. De BOA’s bleven nog doorzagen over de katten, maar dropen uiteindelijk af.

Vervolgens besloot ik samen met mijn broer om naar het politiebureau in Epe te gaan om aangifte te doen tegen de BOA’s of in elk geval een melding te doen van het incident. Op weg naar de auto merkten wij op dat de BOA’s buiten een gezelschap hadden gevormd met enkele – naar wij aannamen – buurtbewoners. Ik herkende de eigenaresse van de rode kat. Verder bleek er een man bij te staan die zijn zwart/witte kat al bijna twee weken kwijt is.

Ik liep naar het gezelschap toe: “Hier hebben we dus de anonieme klagers!”
De BOA’s hielden zich eerst op de achtergrond toen ik op vriendelijke manier in gesprek ging met de eigenaresse van de rode kat. Ik verzekerde haar dat ze gewoon haar kat kon krijgen en ik meldde erbij dat ze dit ook wist. Ze beweerde dat ze al vele keren langs was geweest daarvoor, maar ik herkende dat niet en concludeerde dat ze erover loog. Maar dat reken ik haar niet aan gelet op haar omstandigheden die hier verder niet behoeven te worden benoemd.
Tegen de man zei ik – in navolging van mijn broer die al even eerder met hem sprak – dat hij gelijk onze zwart/witte kat zou herkennen als zijnde een ander exemplaar dan zijn vermiste kat. Hij zei: “Oh als dat zo is, dan bied ik nu alvast al mijn excuus aan!”

Vervolgens begonnen de BOA’s zich weer aanmatigend te mengen in het geheel.
Ze zeiden tegen mij: “Gaan jullie nou ineens poeslief doen tegen deze mensen?”
Dat sloeg nergens op want ik heb nooit iets tegen de eigenaresse van de rode kat gehad en de man van de vermiste zwarte/kat sprak ik voor het eerst en kende ik niet eens. Dus hoezo ineens poeslief? En hadden de BOA’s dan verwacht? Dat ik net zo tekeer zou gaan tegen de buurtbewoners als tegen hen?

Het kwam weer tot een felle woordenwisseling tussen de BOA’s en mij en ze gaven aan dat ik nu echt tegen de grens aan zat.
Ik zei: “Dan moeten jullie nu toeslaan nu we hier niet meer bij mijn huis zijn, maar op de openbare weg. Pak jullie kans!”
De mannelijke BOA dreigde met de mogelijkheid dat ik meegenomen kon worden voor een nachtje in de politiecel.
Ik zei: “Nou kom dan, niet dreigen maar doen dan. Maar dat doen jullie niet omdat jullie heel goed weten dat jullie fout zitten!”

Inmiddels kwam een wijkagent erbij en die handelde vervolgens in tegenstelling tot de BOA’s proportioneel en professioneel en vroeg oplossingsgericht door. Het was toen snel geregeld: (A) met de eigenaresse van de rode kat het dier bij ons thuis ophalen en (B) met de man van de vermiste zwarte/witte kat even in ons halletje bij de voordeur kijken naar het dier dat wij in huis hadden. Hij zag onmiddellijk dat dit magere scharminkeltje op leeftijd niet zijn kat was en verontschuldigde zich voor het misverstand.

Vervolgens vond de mannelijke BOA het toch nog even nodig om te roepen:
“En die andere twee zwart/witte katten dan?”
Toen was ik het echt spuugzat en zei ik geïnspireerd door de woorden van onze minister-president Mark Rutte: “Nou gewoon je bek houden!”
Hij sputterde nog: “Ja maar de moeder des huizes zei net dat er meer zwart/witte katten zijn.”
Ik zei: “Wat ik al zei, nu echt gewoon je bek houden!”

De klacht
Mijn klacht richt zich tegen de gedragingen van beide BOA’s die ik in mijn verslag heb beschreven.

Ik geef op voorhand toe dat ik in toenemende mate feller werd in mijn houding wat in de beleving van de BOA’s als beledigend kan worden aangemerkt. Ik beriep mij overigens meerdere malen op mijn vrijheid van meningsuiting. Als het goed is, zal de beleving van de BOA’s ook blijken als zij in het onderzoek naar deze klacht worden gehoord.
Maar de BOA’s zijn naar mijn oordeel zelf begonnen om mij te beledigen door valse beschuldigingen, het verdraaien en mij in de mond leggen van woorden en het mij uitmaken voor leugenaar door zonder meer niet te geloven wat ik verklaarde.
In plaats van te de-escaleren – wat van een BOA mag worden verwacht – dramden de BOA’s bij mij door waardoor ik steeds meer in de verdediging schoot en steeds feller van toon werd met toenemend aantal krachttermen.

De BOA’s kwamen eerst met een ander verhaal dan waar het werkelijk om ging: overlast in plaats van vermeende gijzeling van katten. Dit is aan te merken als het onder een vals voorwendsel een gesprek beginnen en gaat voorbij aan het beginsel van fair play.

Het onderzoek van de BOA’s ging naar mijn oordeel meerdere malen voorbij aan het beginsel van ‘Audiatur et altera pars’ (‘men moet de andere partij horen’) en ook hier weer het beginsel van fair play door met vooringenomenheid er vanuit te gaan dat ik – eigenlijk ons gezin – schuldig was aan de aantijgingen van de meldingen van buurtbewoners. Dit kwam het duidelijkst naar voren bij de stelling van de BOA’s dat ik maar eens – en direct – moest bewijzen dat de zwart/witte kat in huis al meer dan tien jaar bij ons is.

Uit niets is gebleken dat de BOA’s behalve met het op pad gaan met een melding enig vooronderzoek hadden gedaan. Wel meenden zij om met stellige aantijgingen en beschuldigingen bij mij te kunnen komen.

Uit niets is gebleken dat de BOA’s zich bezighielden met een neutraal onderzoek gericht op het verzamelen van feiten.

De BOA’s vingen aan met een vaag narratief: melding door meerdere buurtbewoners van overlast. Terwijl het in werkelijkheid slechts ging om twee specifieke personen met een heel ander probleem: het missen van hun kat. Hiermee werd bij mij een beeld opgeroepen van een omvangrijk probleem en werd ik op het verkeerde been gezet. Ik moest ter plekke gissen hoe of wat. Wat was de scope? Wat waren de werkelijke beschuldigingen?
Hoe kon ik met die vragen mijzelf of ons als gezin herkennen in deze situatie?

Ook van belang is de rechtmatigheid van de handelswijze van de BOA’s.
Waren zij bevoegd op het domein waarbinnen zij actief waren?
Hoe zit het met ‘checks and balances?’

Er zijn zes domeinen waarin een BOA kan werken:

  1. Openbare Ruimte: aanpak van overlast en kleine ergernissen die de leefbaarheid aantasten in de openbare ruimte.
  2. Milieu, welzijn en infrastructuur: natuur en milieu, arbeidsinspectie, voedsel- & warencontroles, dierenwelzijn, openbare gezondheid, fysieke leefomgeving (zoals gebouwen, parken, schone lucht, rivieren, bossen) en infrastructuur.
  3. Onderwijs: handhaving leerplichtwet en andere wet- en regelgeving die daarmee te maken heeft.
  4. Openbaar vervoer: strafbare feiten opsporen binnen het domein openbaar vervoer.
  5. Werk, Inkomen en Zorg: strafrechtelijke handhaving op het gebied van werk, inkomen, belastingen en sociale zaken.
  6. Generieke Opsporing: restcategorie BOA’s met meestal algemene opsporingsbevoegdheid.

Naar mijn oordeel waren de BOA’s tegen het licht van de hiervoor genoemde zes domeinen met hun aanvankelijke narratief al niet bevoegd ‘Het neerzetten van bakjes eten, het daarmee lokken van katten in mandjes en deze laten ophalen.’
Laat staan dat zij bevoegd waren voor wat de werkelijke lezing was: de beschuldiging van twee buurtbewoners ten aanzien van het gijzelen van hun katten.

De eerste vijf domeinen kunnen in elk geval niet van toepassing zijn. Hoogstens zou er sprake kunnen zijn van Generieke Opsporing, maar dan zou er een formele beschuldiging of concrete verdenking van een strafbaar feit moeten zijn.

Generieke Opsporing is in eerste instantie de bevoegdheid van de politie. Die kan echter zijn gedelegeerd aan de BOA’s, maar daarvan is mij niets gebleken. Er is aan mij geen mededeling over gedaan.
Ook is niet gebleken dat de politie zelf bekend was met de melding. De vrouwelijke BOA beweerde dit overigens wel. Ik vind dat moet worden onderzocht of zij hier misleidend bezijden de waarheid sprak.

Ook is niet gebleken dat de BOA’s zijn aangesteld voor het domein Generieke Opsporing. Het demonstratief paraderen met handboeien, pepper spray en wapenstok is onvoldoende voor de burger om te kunnen vaststellen dat dit het geval is.

Tot slot is mij volstrekt onduidelijk hoe de melding is gedaan en bij wie. Ik wil dat beslist weten.

Tot zover dit klaagschrift.

Hoogachtend,

[naam klager]

Klacht ingediend

De klacht met dit klaagschrift is ingediend bij gemeente Epe op zondag 7 februari 2021. Dit is online gebeurd met DigiD via het daarvoor bestemde webformulier.

Rechtmatigheidsonderzoek

Een klacht ziet alleen op bejegening. Er is ook een rechtmatigheidsonderzoek nodig. In het kader daarvan schriftelijke vragen gesteld.