Het nieuwe mondkapje van de keizer

Bijgewerkt: ma 14 december 2020 - 20:27 uur

> Blogs

4 december 2020 – Koning, keizer, admiraal, een mondkapje dragen ze allemaal. Met dat in gedachte ontbood keizer Covid de Negentiende twee kleermakers uit zijn rijk.

Door Ray Heijder

Heel, heel lang geleden leefde Keizer Covid de Negentiende van het rijk Corona. Hij hield vreselijk veel van mooie, nieuwe kleren en gaf daar al zijn geld aan uit. Hij bekommerde zich niet om zijn onderdanen die steeds meer in armoede leefden. Liever stond hij zich aan zichzelf op te geilen voor de spiegel.

De kleermakers die hij uitnodigde waren zonder dat hij het wist bedriegers, die geen kans ongemoeid lieten om zich te verrijken. Terwijl er een grote virusuitbraak in het gehele keizerrijk was, huldigden zij het motto:

Laat nooit een crisis onbenut!

Zij beweerden dat zij de mooiste stoffen gebruikten voor kleding en dus ook voor mondkapjes. Naar eigen zeggen waren niet alleen de kleuren en de patronen ongelooflijk mooi, maar wat zij ervan maakten, had de wonderbaarlijke eigenschap dat het onzichtbaar was voor iedereen die onvergeeflijk dom is.

Daar moet ik een gezichtsmasker van hebben! Als ik daarmee in de publieke ruimte verschijn, kan ik erachter komen wie er niet in mijn rijk thuishoort en in het gevang moet worden gezet.

Hij gaf de bedriegers een flink voorschot zodat ze aan de slag konden gaan. Hij liet met spoed een volledig uitgerust atelier bouwen voor de twee ‘vakmannen’. Brutaal genoeg vroegen ze nog zonder een poot te hebben uitgestoken om aanvullend budget om nog eens extra verfijnde stoffen te laten overkomen uit een ver land. Al het geld stopten ze echter weg zonder van plan te zijn überhaupt iets in te kopen. Ze lieten dagen achtereen ’s nachts het licht branden in het atelier om te doen alsof ze zich vele slagen in de rondte werkten.

Na twee weken, kort voordat de mondkapjesplicht bij keizerlijke regeling van kracht zou gaan, wilde de heerser wel eens weten hoe het ermee stond. Inmiddels had hij onder het volk bekendgemaakt dat hij met een heel bijzonder mondkapje zou verschijnen dat niet alleen prachtig is, maar ook de vermeende bijzondere eigenschap heeft. De burgerij keek er ook reikhalzend naar uit, want eindelijk zou straks een ieder kunnen ontdekken hoe dom zijn of haar buurman of buurvrouw was.

De meest betrouwbare dienaren in het keizerlijk hof moesten de stand van zaken gaan opnemen. Zij zagen echter niets dat zelfs maar in de verste verte op een mondkapje leek. Hoe kan zo’n ding nou werken ongeacht dat dit niet eens een vereiste was. Ze deden echter of hun neus bloedde, want men zou zomaar kunnen ontdekken hoe dom ze waren.

De dienaren brachten hypocriet verslag uit aan de keizer en stelden hem gerust:

Het resultaat is magnifiek, oh gij machtige keizer Covid de Negentiende. Op de touwtjes voor bevestiging aan uw lieflijke oren na is het af.

De twee bedriegers grepen hun extra kans en vroegen om nog wat geld voor een paar laatste gouden stiksels. Om het nog mooier te maken, het is immers voor de keizer hè!

De volgende dag kwamen de twee charlatans aan het hof en overhandigden het mondkapje op een leeg zijden kussen.

Ook de keizer liet zich uiteraard niet kennen en deed met een sierlijke beweging het ‘masker’ op om zich daarna op zijn balkon te tonen aan een uitzinnige, nieuwsgierige menigte.

Een luid applaus was zijn deel en enthousiaste vreugdekreten klonken uit de talrijke kelen. Niemand durfde voor zijn of haar domheid uit te komen.

Maar plots riep iemand:

Maar hij heeft helemaal niets op! Ziet niemand dat dan?

Het zeer verontwaardigde volk schreeuwde vervolgens:

Grijp die wappie en gooi ‘m in de diepste kerker van het paleis, daar waar de ratten aan hem zullen vreten!

Tja, zo zie maar, de hoax is van alle tijden!