Verzet tegen uitspraak ander beroep

Bijgewerkt: vr 19 maart 2021 - 20:51 uur

> Start
> Aanvraag, ingebrekestelling en dwangsom
> Aanvraag onderzoek misstanden en rectificatie

We maken even een uitstapje naar het beroep in een andere vergelijkbare zaak. Daarin is op verzoek van Ray Heijder uitspraak gedaan zonder zitting.

Naar het oordeel van Ray is door deze zogenaamde vereenvoudigde behandeling van het beroep de zorgvuldigheid door de rechter onvoldoende in acht genomen. Daarom oefent hij krachtens artikel 8:55 eerste lid Awb zijn recht uit om in verzet te gaan tegen de uitspraak. Dit is wat anders dan in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep. Dat kan indien nodig de volgende stap zijn.

Verzetschrift

Rechtbank Gelderland
bestuursrecht.SV.rb-gel@rechtspraak.nl

Vaassen, 3 maart 2021

VERZETSCHRIFT TEGEN UITSPRAAK ARN 20/4142

Op 1 maart 2021 heeft de rechter na vereenvoudigde behandeling (zonder zitting) uitspraak gedaan in beroep ARN 20/4142.

Hierbij ga ik in verzet tegen de uitspraak en maak hiermee gebruik van het recht dat de Algemene wet bestuursrecht mij daartoe verschaft (artikel 8:55 eerste lid).

Door de vereenvoudigde behandeling is naar mijn oordeel door de rechter aan zorgvuldigheid ingeboet en zou een uitgebreider behandeling tot een andere uitspraak hebben geleid.

Ik stel vast dat de vraag die door de rechter ter beoordeling is genomen niet de vraag is die op basis van mijn beroep aan de orde had moeten komen.

Voorts is naar mijn oordeel de Algemene wet bestuursrecht opportuun en eenzijdig aangewend ten faveure van de verweerder (bestuursorgaan).

Tevens stel ik vast dat uit niets blijkt dat door de rechter aan afdoende beoordeling en weging is toegekomen van door mij bij het beroep geleverde feiten, argumenten en stukken.
Bij mijn – door de rechter overgenomen – voorstel van 5 januari 2021 om het beroep zonder zitting te behandelen, verkeerde ik in het vertrouwen dat mijn schriftelijke bijdrage aan het beroep naar behoren door de rechter zou worden beoordeeld en gewogen.

Hoewel ik op grond van het voorgaande erop vertrouw dat mijn verzet slaagt, verzoek ik u om mij als dit niet zo is krachtens artikel 8:55 vierde lid tijdens een zitting te horen.

Tot slot wijs ik de rechtbank op mijn wrakingsverzoek van 2 maart 2021 in beroep ARN 20/6127.
Indien mijn verzet tegen de uitspraak in beroep ARN 20/4142 slaagt, kan dit wrakingsverzoek alsnog tevens gelden voor dit beroep en verzoek ik om wraking van rechter [naam rechter] in beide beroepen.

Dit verzetschrift dien ik in als aanvullend stuk op beroep ARN 20/4142 en via e-mail op adres bestuursrecht.SV.rb-gel@rechtspraak.nl.

Hoogachtend,

R.M.F. Heijder